spelling

Spelling

Heeft je kind op school moeite met spelling? Weet het niet hoe het de juiste spellingregels moet toepassen?

Kinderen met spellingproblemen hebben vaak moeite met deelvaardigheden, bijvoorbeeld auditieve analyse (hakken en plakken) of het onthouden van de klanktekenkoppeling. Ze vinden het moeilijk om de spellingregels te onthouden en kunnen die vaak niet zelfstandig toepassen. De spellingstrategieën worden star gehanteerd en het is vaak ingewikkeld de relatie te leggen tussen de schrijfwijze van woorden die met een bepaalde strategie zijn aangeleerd en het schrijven van andere woorden waar dezelfde strategie moet worden gehanteerd

Soms kunnen kinderen wel voldoende lezen en hebben ze ‘alleen maar’ spellingproblemen. Volgens de criteria/het protocol van de Stichting Dyslexie Nederland (SDN) hebben deze kinderen geen recht op een dyslexieverklaring. Eigenlijk heet dit dysorthografie.

Spellingproblemen komen in onze hele samenleving voor: van basisonderwijs tot voortgezet onderwijs en ook bij veel volwassenen. Spellingfouten worden lang niet altijd alleen gemaakt door dyslectici. Slechts een klein percentage van de mensen is dyslectisch, maar spellingproblemen komen ook veelvuldig voor bij niet-dyslectici.
Wat zijn de oorzaken voor spellingzwakte? De meest opvallende fouten betreffen vrijwel altijd de spellingstof van de basisschool. Wie spellinglessen op de basisschool observeert, ziet dat daar in elk geval hard gewerkt wordt. Spelling wordt gestructureerd aangeboden en ingeoefend. Toch komen de huidige spellingmethodes niet altijd voldoende tegemoet aan de essentie van onze spelling en dat is: het uit het hoofd opschrijven van auditief aangeboden woorden. Hiervoor zijn de volgende vaardigheden nodig:

kennis van letters en klanken
horen en categoriseren van het soort klank (hoor ik een lange of een korte klank in dit woord?)
analyseren van woorden in letters of in klankgroepen
onthouden van de lettervolgorde bij het opschrijven
goed kunnen schrijven
onthouden en toepassen van spellingregels
controle en een kritische houding.

Deze vaardigheden vragen veel instructie en begeleide oefening bij alle leerlingen. Spellingzwakke kinderen hebben nog veel méér specifieke oefening en herhaling nodig om van spelling van eenvoudige categoriewoorden een geautomatiseerd proces te maken. De spellinglessen in ons primair onderwijs voorzien vaak onvoldoende in deze behoefte. Op school komt een nieuwe spellingcategorie gedurende een week aan bod. De leerkracht geeft instructie en de kinderen oefenen deze categorie voornamelijk op een visuele manier, door het maken van werkbladen. Ze schrijven woorden in de juiste kolommen, maken invuloefeningen, trekken lijnen en kleuren woorden. Ze oefenen de woorden van het woordpakket thuis en aan het einde van de week vindt een controledictee plaats. Hierop scoren de kinderen vaak voldoende, omdat de woorden nog vers in het geheugen zitten. De woorden uit de  nieuwe categorie worden echter sporadisch herhaald en daardoor niet opgeslagen in het geheugen van veel leerlingen. Bij het Cito-dictee, PI-dictee en bij toegepaste spelling kost het deze kinderen telkens erg veel moeite om de juiste strategie te kiezen en te gebruiken. De kinderen vallen dan vaak terug in het ‘op de gok’ noteren van het woord, het kijken of het er goed uitziet en dan eventueel het achteraf een verbetering aanbrengen. Visuele inprenting van woorden biedt veel kinderen te weinig houvast. Ook spellingzwakke kinderen krijgen vaak extra oefening aangeboden in de vorm van het maken van werkbladen. Over het algemeen heeft dit te weinig effect, omdat hierbij uitgegaan wordt van het leereffect van visuele inprenting en overschrijven. Ons spellingonderwijs werkt op deze manier onvoldoende aan essentiële aspecten van spelling, namelijk:

het auditieve aspect
uit het hoofd opschrijven
veelvuldig, kort alles herhalen (automatiseren).

In mijn praktijk gaan we eerst in kaart brengen welke spellingcategorieën onvoldoende beklijven. We nemen hiervoor het PI dictee af, tevens wordt er gekeken naar de Cito gegevens. De categorieën en regels die nog onvoldoende worden beheerst gaan we verder inoefenen. Er wordt rekening gehouden met de regels zoals ze op school worden aangeleerd. Ook maak ik veel gebruik van de RT methode spellingsprint en taal in blokjes.

Het aanleren van nieuwe categoriewoorden en nieuwe regels gebeurt op een gestructureerde manier, waarbij het visuele, auditieve en motorische kanaal wordt ingeschakeld. Het herhalen en inslijpen, ook van alle eerder geoefende categorieën is belangrijk. Dit kan in een dagelijkse auditieve oefening en een daaraan gekoppeld oefendictee aan de orde komen. Ouders kunnen de woorden thuis herhalen. Een oefendictee is geen controledictee. Belangrijk is om hierbij het auditieve aspect goed te oefenen.

Tips bij spelling

Bespreek samen met je kind op welk tijdstip thuis wordt geoefend met spelling.  Zorg ervoor dat je kind niet voor bedtijd oefent, ook het weekend is vrije tijd. U kunt de oefentijd in een weekplanner zetten zodat je kind weet waar het aan toe is. 2 á 3x per week 15 minuten oefenen is al effectief.

Zorg tijdens het oefenen dat het kind de volgende stappen toepast:

  1. Ik hoor het woord
  2. Ik zeg het woord na
  3. Ik kijk op mijn spellingkaart welke regel erbij hoort
  4. Ik schrijf het woord op
  5. Ik controleer het woord