hooggevoeligheid

Hooggevoeligheid

Elaine Aron maar ook de bekende psychiater Carl Jung (1851-1961) definiëren hoogsensitiviteit als een normale karaktereigenschap of persoonlijkheidskenmerk. Hoogsensitiviteit is geen afwijking of ziekte maar een aangeboren karaktereigenschap.  Iemand die hoogsensitief is, is niet beter of slechter dan andere mensen. Het is geen probleem dat behandeld of genezen moet worden. Hoogsensitiviteit is wel een aanleg die een sterke invloed heeft op het leven en het algemene welbevinden. Er zijn ook niet-hoogsensitieve kinderen die beschikken over eigenschappen die hoogsensitieve kinderen weer moeten missen. Beide persoonlijkheidstrekken hoogsensitief en niet-hoogsensitief, hebben hun eigen waarde. Aron stelt dat twee genetisch bepaalde, verschillende persoonlijkheidstypen de maatschappij in staat stellen om meer voordeel te halen uit veranderingen in de samenleving. Dit vergroot de kans van de soort (mensen) als geheel om te overleven.

Over het algemeen wordt aangenomen dat erfelijkheid en opvoeding beide verantwoordelijk zijn voor wie iemand is. Elaine Aron stelt dat hoogsensitiviteit in het merendeel van de gevallen aangeboren is en zelfs erfelijk.  Vaak is één van de ouders ook hoogsensitief. Concreet wetenschappelijk onderzoek om dit te ondersteunen is er nog niet.

Hoogsensitiviteit is een aangeboren persoonlijkheidskenmerk (nature), maar de manier waarop dit kenmerk zich ontwikkelt en uit wordt voor een groot deel bepaald door omgevingsfactoren (nurture).

Hooggevoelige kinderen voelen zich vaak anders dan andere kinderen. Dat vinden ze niet fijn. Ze willen juist heel graag hetzelfde zijn en hebben daarom de neiging zich aan te passen aan anderen. Dat kunnen ze heel goed. Haarfijn voelen ze stemmingen en sfeer aan. Ze weten vaak precies wat de ander nodig heeft. Ze willen de ander ook graag gelukkig zien. Daardoor gaan ze echter nogal eens aan zichzelf voorbij. Grenzen voelen en aangeven blijkt vaak lastig. Vaak worden ze ook overspoeld door allerlei prikkels van buitenaf die ze niet meer kunnen verwerken. Om er toch goed mee om te kunnen gaan trekken ze zich dan terug. Er zijn ook kinderen die juist heel druk worden door die overkill aan prikkels en gevoelens. Als ouder kan het best heel lastig zijn om goed om te gaan met een hooggevoelig kind. Sommige ouders vragen zich af of hun kind niet té kwetsbaar is.

Echter hooggevoelige kinderen hebben vooral ook een talent die vaak over het hoofd wordt gezien. Als je als ouder weet wat je kind nodig heeft en weet hoe je ze kan bijstaan in hun groei en ontwikkeling, dan blijkt het vooral een voorrecht om een hooggevoelig kind te hebben!

Kenmerken hoogsensitieve kinderen:

heeft intense gevoelens
voelt stemmingen en sfeer haarfijn aan
kan slecht tegen harde geluiden en fel licht
kan na een opwindende dag moeilijk in slaap komen
vindt het niet fijn als er ruzie is en houdt vooral van harmonie
heeft oog voor detail
heeft last van kriebelende kleren
neemt vaak een ander kind in bescherming
is gevoelig voor pijn
is verlegen en bloost snel

Door het invullen van een vragenlijst krijg je als ouder meer inzicht of je kind mogelijk hooggevoelig is.

In mijn praktijk kijk ik samen met het kind en de ouders waar aandacht voor nodig is. We werken bijvoorbeeld aan weerbaarheid, het aangeven van je eigen grens en het opkomen voor jezelf. Ook is er bijvoorbeeld aandacht voor (intense) emoties, of een vol of druk hoofd. Door middel van verschillende interventies gaan we aan het werk met de hulpvraag. Dit kan door middel van spel, ontspanningsoefeningen en/ of het uitdagen van gedachten.

Tips bij hooggevoeligheid

Als ouders van een hoogsensitief kind zal je, je soms afvragen hoe je het best kan omgaan met de hoogsensitiviteit van je kind. Hieronder worden een aantal algemene tips gegeven voor het begeleiden van een hoogsensitief kind:

Erken de hoogsensitiviteit van je kind; accepteer en kijk vooral naar de mooie kanten van deze eigenschap. Wees je er van bewust dat je kind soms een andere aanpak vereist en sta daarvoor open.

Respecteer zijn gevoelens; een kind dat zich erkent voelt ontwikkelt zelfvertrouwen en weerbaarheid. Zeg dus niet ‘stel je niet zo aan’, maar: ‘ ik zie dat je het niet zo leuk vindt’.

Wees gul met waardering, vaak hebben ze een negatief zelfbeeld. Laat weten dat je trots bent en geef het kind vertrouwen dat het goed is zoals het is. Wees zuinig met kritiek. Hoogsensitieve kinderen hebben de neiging om alles op zichzelf te betrekken. Benadruk het positieve. Ze zien vaak vooral de dingen die niet goed gaan. Je kunt afspreken om iedere dag drie fijne dingen van de afgelopen dag te noemen.Straf voorzichtig, het liefst helemaal niet.  Moet je  ingrijpen doe het dan rustig en duidelijk.

Stel grenzen met respect, grenzen bieden het kind houvast.

Vraag om medewerking. Vraag of het kind je mee wil helpen door dat te doen wat je van hem of haar vraagt.

Laat het kind weten dat je zijn gevoelens begrijpt voor je de boodschap brengt. Heb geduld en gun je kind de tijd om een situatie te overzien en de informatie te verwerken of te doorgronden.

Wees eerlijk en wees jezelf. Het kind ziet aan je of je boos of verdrietig bent. Wees eerlijk over je stemming. Het kind raakt in de war van tegenstrijdige signalen.

Zorg voor structuur en zorg voor een vast dagritme, rituelen horen daar ook bij. Als een kind weet wat het kan verwachten zal het ook rustiger zijn. Prop de dag niet helemaal vol, geef het kind voldoende rustmomenten.

Gun je kind de mogelijkheid om op zichzelf te zijn. Veel hoogsensitieve kinderen hebben de behoefte om zicht terug te trekken. Vaak hebben ze voldoende aan één of twee goede vrienden. Accepteer dit.

Vertel altijd wat er gaat gebeuren, dit geeft structuur. Het kan zich dan voorbereiden en weet wat het kan verwachten.

Weet wat overprikkeling is. Alle indrukken die een hoogsensitief kind opdoet komen diep binnen. Het zenuwstelsel heeft rust nodig om die prikkels te verwerken. Wanneer die rust er niet is en de prikkels blijven komen kan het systeem het niet meer aan. Er ontstaat ‘kortsluiting’. Dit noemen we overprikkeling. Een kind kan dit op verschillende manieren uiten; schreeuwen, huilen, terug trekken in de eigen wereld, druk of onhandelbaar gedrag. Bescherm het kind tegen een overmaat aan prikkels.

Zorg voor rust of een rustgevende activiteit. Bijvoorbeeld met een boek op de bank, trampoline springen, tekenen, douchen, de natuur in gaan, een verhaal voorlezen, een spelletje doen, masseren, oefeningen voor de buikademhaling.

Televisie en computerspelletjes zijn ook prikkels. Het lijf mag wellicht rust krijgen maar voor het zenuwstelsel kan dit topsport zijn. Vaak komen kinderen moeilijk in slaap of gaan dromen als ze in de avond televisie kijken. Beperk het t.v. kijken en kies voor een ontspannen televisieprogramma. ‘

Besef dat prikkels ook van binnenuit komen. Emoties vallen hieronder. Ook honger kan een interne prikkel zijn.

Weet wat te doen bij overprikkeling. Wanneer je kind even ‘de weg kwijt is’. Blijf dan rustig en leg je erbij neer dat je gedurende die twintig minuten niet veel kunt doen. Als het kind het wil kan je het vasthouden en een ontspanningsknuffel geven. Heel langzaam en licht over de benen strijken wil ook wel eens helpen.

Blijf zelf rustig, vaak voelt het kind zich bij jou veilig genoeg om het rotgevoel te uiten. Als je je dit realiseert is het makkelijker om rustig te blijven. In plaats van boos te worden kun je meelevend laten weten dat je ziet dat het kind moe/boos is. Dat werkt vaak al kalmerend. Laat je kind huilen, het is een manier om spanning kwijt te raken en weer in balans te komen.

Neem de dag door, geef je kind elke dag een moment om zich te uiten. Bijvoorbeeld ’s avonds voor het naar bed gaan.

Houd rekening met de gevoeligheid van de zintuigen. Probeer harde of storende geluiden te vermijden. Zorg voor kleding die lekker zit. Richt ruimtes rustig in en zorg voor een overzichtelijke plek bij drukte.