Faalangst

Faalangst en onzekerheid

Als je kind regelmatig verzucht: ‘Dat kan ik niet!’ en vertelt welke rampen er allemaal kunnen gebeuren of bang is om steeds uitgelachen te worden, dan heeft het waarschijnlijk last van faalangst. Het blokkeert in belangrijke situaties en doet het daardoor juist minder goed dan u van hem of haar mag verwachten. Sommige kinderen ontwijken nieuwe situaties, andere gaan overdreven lang en hard studeren en weer andere kinderen overschreeuwen hun angst door zich stoer of clownesk te gedragen in de klas. Bij leerproblemen zoals dyslexie, dyscalculie, adhd, beelddenken, etc. kan faalangst worden ontwikkeld. Vaak ontstaan er angst- en spanningsgevoelens waardoor het kind niet meer goed kan presteren. Als een kind regelmatig faalt, dan heeft dat (een negatieve) invloed op het zelfbeeld. Naast angstgevoelens kunnen er ook lichamelijke reacties ontstaan: spanning, onzekerheid, hartkloppingen, niet kunnen eten, slaapproblemen, hoofdpijn, buik- of maagpijn, concentratieproblemen, zweten of oververmoeidheid.

Soms heeft een kind zoveel last van faalangst dat het nodig is om hulp in te schakelen. In mijn praktijk kijk ik met het kind naar irreële gedachten die de faalangst in stand houden,  we gaan samen op zoek naar reële gedachten. Ook onderzoeken we wat de sterke kwaliteiten  zijn van het kind. Tevens maken we gebruik van ontspanningsoefeningen zodat het beter om leert gaan met spanningen.

Tips bij faalangst

Als kinderen of jongeren bang zijn om fouten te maken, geven volwassenen altijd heel veel complimenten zodra iets gelukt is. Gedeeltelijk werken we hier echter faalangst mee in de hand, omdat kinderen op die manier leren dat ze wel moeten presteren om een compliment te krijgen en daar zit nu juist vaak de angst. Om dit te voorkomen is het belangrijk dat je als ouders of leerkracht, kinderen vooral complimenten geeft voor alle pogingen die ze doen om hun doel te bereiken, of die poging nu lukt of niet. Op deze manier moedig je het kind namelijk aan om het te blijven proberen en leren ze, dat niet alleen het resultaat er toe doet. Wanneer je als ouder of leerkracht hierin het goede voorbeeld geeft, zullen kinderen en jongeren dit vervolgens ook zelf gaan doen. Het grootste probleem bij faalangst is namelijk dat kinderen zichzelf op hun kop geven als iets niet lukt en op deze manier voorkom je dat.