Concentreren

Concentreren

Is je kind altijd als laatste klaar met zijn werk? Wanneer het met een kind op school minder gaat dan verwacht, wordt er al snel gesproken over een concentratieprobleem. Maar klopt dit eigenlijk wel? En wat is dat dan: een concentratieprobleem? Concentratieproblemen worden meestal genoemd in relatie tot een bepaalde taak en het gedrag wat wordt waargenomen. Ieder kind heeft wel eens moeite zich te concentreren. Een groot deel is echter vaak een  motivatieprobleem. Het kind zal, als het zelf een taak kiest bijvoorbeeld het maken van een tekening of computeren- zich wél kunnen concentreren. Als je je gaat verdiepen in een concentratie probleem kom je er vaak achter dat het meestal om andere onderliggende problemen gaat. Goed kijken naar het kind en observeren geeft dan de richting aan wat het kind nodig heeft om zijn taken makkelijker te kunnen verrichten.

Een concentratieprobleem kan verschillende oorzaken hebben: een motivatieprobleem, een focusprobleem, een bewegingsprobleem, een leerprobleem, een organisatieprobleem, een faalangstprobleem, een aandachtsprobleem, een hooggevoeligheidsprobleem of nog iets heel anders.

Concentratieproblemen zijn onder te verdelen in twee soorten:
1. je kind heeft wel het vermogen om zich te concentreren, maar het lukt niet. Bijvoorbeeld doordat er de omstandigheden zijn die dit moeilijk maken. Dit worden concentratiebelemmeringen genoemd. Belemmeringen kunnen zijn: de leerstof is te moeilijk, de les is saai, de klas is rumoerig of je kind heeft te weinig geslapen.
2. er is sprake van een concentratiestoornis: het concentratievermogen ontbreekt. Bij een concentratiestoornis kan het gaan om de tijdsduur van concentratie (slechts heel kort), om snel afgeleid zijn of om niet efficiënt kunnen focussen.

Bij de meeste kinderen met concentratieproblemen is er geen sprake van een stoornis. Concentreren is iets wat je in je ontwikkeling moet leren. Het is een vaardigheid die je kind kan (en moet) oefenen.

Leeftijd en concentratie
Ook leeftijd speelt een belangrijke rol bij concentratie. Jonge kinderen hebben een veel kortere aandachtsboog dan oudere kinderen. Hun aandacht wordt al snel door iets anders opgeëist. Ze kunnen zich bij het uitvoeren van een taak veel moeilijker afsluiten voor afleidende prikkels dan oudere kinderen. Als richtlijn geldt:

6 jaar: 10 minuten
10 jaar: 20 minuten
13 jaar en ouder: 30 minuten

Kán je kind zich niet concentreren of lúkt het concentreren niet?
Daarnaast is aanleg een factor. De één kan zich van nature nu eenmaal makkelijker afsluiten voor prikkels en invloeden van buitenaf dan de ander. Bij kinderen met ADD of ADHD zijn de concentratieproblemen groter dan gemiddeld. Dit betekent echter niet dat je kind ‘dus’ ADD of ADHD heeft als het moeite heeft om geconcentreerd te werken.

Ik mijn praktijk ga ik samen met het kind op zoek naar het onderliggende probleem.  Ik besteed aandacht aan de vaardigheden die het kind  heeft te leren om zich beter te kunnen concentreren. Uit onderzoek blijkt dat problemen in de aandacht en concentratie vaak te maken hebben met problemen met het werkgeheugen. Het werkgeheugen is de plek waar informatie tijdelijk wordt opgeslagen in de hersenen. Door het werkgeheugen te trainen, wordt het groter.

Soms helpt het om hulpmiddelen in te zetten. Er zijn allerlei attributen te koop die kunnen helpen, zoals een wiebelkussen of Wobbel voor beweeglijke kinderen, een tangle waarmee je kind kan friemelen of speciale sieraden om op te kauwen of sabbelen. Geluidsdempende koptelefoons kunnen helpen om geluiden te dempen. Ook een rustig plekje of een speciaal scherm op de tafel kan soms al helpen.

Tips bij het leren concentreren

Laten we beginnen met wat niet werkt, maar wat vaak de eerste methode is die meestal wordt geprobeerd. Namelijk zeggen tegen het kind dat het zich moet concentreren:

“Houd je hoofd er nu eens bij.”
“Concentreer je nou eens.”
“Zit eens stil. Als je zo beweegt kun je je toch niet concentreren?”

Hoewel de eerste twee opmerkingen wel kunnen helpen om een kind eraan te herinneren dat dit een situatie is die om zijn concentratievaardigheden vraagt, helpen ze niet om die vaardigheden daadwerkelijk te vergroten. Zonder de ‘skills’ om te focussen, valt er maar weinig te concentreren.

Tegenwoordig is bekend dat beweging juist goed is voor de concentratie. Kinderen die tijdens de reken en taallessen bewegen leren veel meer, zo ontdekten wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze leren met meer aandacht en zijn beter bij de les.

Dat geldt niet alleen voor ‘grote’ bewegingen, maar ook voor ‘kleine’. Denk maar aan de tekeningetjes die je zelf maakt tijdens een vergadering of telefoongesprek. Ze helpen om je aandacht erbij te houden. Ook kinderen gebruiken (onbewust) die techniek: ze friemelen aan hun kleren, kauwen op hun pen, wippen heen en weer op hun stoel, draaien een haarlok om hun vingers of neuriën een liedje.

Als volwassene vinden we dat gedrag vaak irritant en vragen we het kind ermee op te houden. Dat is jammer, want daarmee maken we het voor een kind moeilijker om zich te concentreren.

Beweging tijdens het concentreren helpt, maar ook gewoon sporten en bewegen verbeteren het concentratievermogen. Jongeren die veel bewegen kunnen zich beter concentreren op school. Alleen al met de fiets of lopend naar school gaan in plaats van met de auto blijkt te helpen om zich op school beter te kunnen concentreren.

Wat helpt om de concentratie beter vast te houden: leer je kind om een grote opdracht in kleinere taakjes op te delen. ‘Ruim je kamer op’ kan een te grote opdracht zijn. De kans is groot dat je kind na een minuut op de grond zit te spelen met speelgoed dat eigenlijk had moeten worden opgeruimd.

Door zo’n taak op te delen, leert je kind niet alleen naar een doel toe te plannen, maar wordt het werk ook opgedeeld in kleine brokjes die concentratie vragen, waarna er even gepauzeerd kan worden. Eerst de verkleedkleren in de la doen. Dan alle knuffels in de mand stoppen. De stiften moeten in het pennenbakje. Tot slot alleen nog even alle Playmobil opruimen en klaar is Kees.

Ook belangrijk voor de concentratie:

voldoende slaap
een gezond ontbijt
voldoende water drinken
goede balans tussen concentreren en ontspannen
geen zorgen, angst of spanningen of last van veranderingen