Angsten

Angsten

De een is wat angstiger aangelegd dan de ander, maar alle kinderen zijn wel eens bang. Dat is soms lastig, maar angst is, net als pijn, ook heel nuttig. Angst waarschuwt je voor gevaar, niet te hoog op de glijbaan klimmen, uit de buurt blijven van een agressieve hond.

Kinderen maken elke dag veel dingen mee die ze nog niet begrijpen. Een bekende angst bij baby’s is verlatingsangst: ze zien mama of papa weggaan, maar snappen nog niet dat hij of zij weer terugkomt. Iets oudere kinderen horen dat de ouders van een vriendje gaan scheiden, of zien op de televisie beelden van oorlog en zijn bang dat, dat hun ook kan overkomen. Omdat kinderen nog niet alles van het leven begrijpen, zijn ze vaker angstig dan volwassenen.

Kinderen en jongeren kunnen verschillende angsten ontwikkelen:

angst voor dieren
angst om alleen te zijn in het donker
angst voor de dood
angst voor harde geluiden
angst voor enge monsters
bang voor enge dromen
angst om te gaan slapen
tandartsangst
faalangst
sociale angst; de angst dat anderen je niet leuk vinden
angsten voor reële gebeurtenissen: angst om een ongeluk te krijgen, angst dat de ouder iets overkomt.

Angst begint vaak door een nare ervaring. Het kan zijn dat je kind geschrokken is omdat een hond plotseling naar hem heeft geblaft, of omdat hij een keer is gestoken door een wesp. Je kind kan behoorlijk in paniek raken, wanneer hij het dier ziet. Het kan ook zijn dat een ouder ergens heel bang voor is. Wanneer je als ouder bang bent voor spinnen, kan je kind dit gedrag overnemen.

Als angsten niet vanzelf overgaan dan is het verstandig om hulp te zoeken.  Samen kijken we o.a. hoe de angst is ontstaan. Bij oudere kinderen kan er met cognitieve therapie worden gewerkt. Zo kan er worden gekeken naar irreële negatieve gedachten van kinderen over zichzelf of anderen, we leren kinderen om hier op een reëlere manier naar te kijken.  Bij angst kan ook exposure worden toegepast. Hierbij wordt het kind, heel geleidelijk en in kleine stapjes blootgesteld aan hetgeen waar hij/zij zo bang voor is (bijvoorbeeld een spin) om te leren dat er niets gevaarlijks of engs gebeurt. Uiteraard wordt dit eerst heel goed voorbereid en vooraf besproken met het kind zodat het een helpende behandeltechniek wordt, en geen traumatische ervaring. Ook ontspanningsoefeningen kunnen hierbij nuttig zijn.

De klachten van kinderen zijn vaak gebonden aan het gezin en het sociale netwerk waarin ze zich bevinden. Daarom betrek ik ook ouders bij de behandeling. Zo kunnen angstklachten en stemmingsklachten bij kinderen ontstaan of verergeren doordat ouders verkeerde opvoedtechnieken hebben. Bijvoorbeeld hoge eisen stellen of te beschermend zijn. Ook in gezinnen waarin niet gepraat kan of mag worden over gevoelens ontstaat vaak angst- en/of stemmingsproblematiek.

Vaak is het zo dat ouders niet degene zijn die de angstklachten bij hun kinderen hebben veroorzaakt. Maar zij houden ze vaak wel in stand ondanks hun goede bedoelingen. Angstige ouders kunnen hun kind wel proberen gerust te stellen, maar als het kind ziet dat de ouders bang zijn, zal het zelf ook angstig blijven. De voorbeeldrol van de ouders is erg belangrijk, waarbij wat ze doen vaak meer invloed heeft dan wat ze zeggen.

Tips bij angsten

Angst hoort erbij, alle kinderen zijn tijdens hun ontwikkeling wel eens een tijdje ergens bang voor. Angst neemt pas af als het kind met de enge situatie durft om te gaan. De situatie uit de weg gaan doet de angst niet verminderen. Integendeel, het maakt de angst alleen maar erger. Als kinderen leren om hun angsten de baas te worden, dan hebben ze daar hun hele leven voordeel van. Hoe kun je, je kind helpen?

Geef het goede voorbeeld: laat zien hoe je zelf omgaat met dingen of situaties waarvoor je eigenlijk bang bent.
Je kind moet jou kunnen vertrouwen: als jij zegt dat het goed is, dan is het ook echt goed en hoeft hij niet bang te zijn.
Geef je kind overdag de gelegenheid om te ontdekken hoe de dingen werken: laat hem zelf de kraan open en dicht doen, laat hem helpen met stofzuigen, laat hem de telefoon opnemen.
Stimuleer hem om zelfstandig dingen te doen die passen bij zijn leeftijd: zelf het zwembad bellen voor openingstijden, een boodschap doen.
Praat met je kind over wat hem zo bang maakt (zonder direct met oplossingen te komen).
Leg niet te veel nadruk op de angst
Stimuleer je kind om de dingen die hij wil vermijden, toch te doen (in stappen). Doe er op dat moment luchtig over en besteed niet te veel aandacht aan de angst.
Bedenk tussenstappen. Probeer uw kind spelenderwijs steeds een stapje verder te laten gaan en houdt vol wat goed gaat.
Wees zuinig met geruststelling geven (“je hoeft niet bang te zijn”) maar vraag waar hij bang voor is.
Zet niet door bij paniek.
Gebruik humor en fantasie.
Lees (samen) boekjes over de angst van je kind of over angst in het algemeen, over kinderen met angsten en hoe ze, ze overwinnen.
Geef informatie en uitleg geven over datgene waar je kind bang voor is. Geef aan oudere kinderen uitleg over de lichamelijke dingen die horen bij angst (blozen, zweten).
Probeer samen leuke gedachten te bedenken, die het kind kan gebruiken als het bijvoorbeeld ligt te piekeren in bed.

Wat kun je beter niet doen:

Situaties waar je kind bang voor is vermijden.
Je kind overladen met geruststellingen, hij krijgt dan de indruk dat er echt iets aan de hand is. Beter is het om de leiding te nemen en gewoon verder te gaan, alsof er niets aan de hand is. Bij paniek NIET doorzetten.
Je kind dwingen het angstige toch te doen.
Zeggen dat hij zich niet moet aanstellen.
Doen alsof je zelf nooit bang bent.